zinnebeelden




Zinnebeelden & symbolen

Van de oudste tijden af hebben culturen zich beelden en voorstellingen gevormd van zaken die alleen als begrip of idee bestonden. Begrippen als gevoel, smaak, gezicht en verstand, maar ook armoede, begin, bescheidenheid, dag, deugd, dood, eendracht, de elementen, huichelarij, liefde, macht, rijkdom, schoonheid, toverij, vriendschap, de werelddelen, de ziel en vele andere.
In dit boekje zijn ruim 250 begrippen opgenomen met een omschrijving van hoe zij in de traditie hebben vorm gekregen. Van domheid, dood, dronkenschap en kennis treft u hieronder bij wijze van voorbeeld de beschrijving aan...

bestelinformatie zinnebeelden & symbolen


De betekenis van KLEUREN
Belangrijk, onder andere in de heraldiek (familie- e.a. wapens), zijn ook de uitstraling en betekenis die aan zo'n 25 kleuren werden toegekend:
Karmozijn, macht, roem, grootheid; ook wel weelde, rijkdom, buitensporigheid.
Purper, vorstelijk, adel, overwinning.
Hemelsblauw, reine trouw.
Korenblauw, eeuwige trouw.
Vioolblauw, nederige schoonheid.
Geel, glans en roem, ook ijverzucht of jaloezie en nijd. Als nevenkleuren:
Lichtgeel, veranderlijkheid, wantrouwen.
Goudgeel, volmaking, onovertreffelijk als de zon.
Zwavelgeel, twijfelachtig, bedrog.

De meeste Nederlandse en Vlaamse kunst- en decoratieschilders hebben altijd gewerkt vanuit deze traditie van kennis en verbeelding en legden daarmee een diepere betekenis in hun werk. U zult veel oude afbeeldingen met andere ogen bekijken… Onderstaande fragmenten geven u een indruk van de inhoud van dit verrassende en leerzame boekje.

Domheid. Een ezel, een struisvogel, een narcis, een eringiaanplant ook kruis- of sterredistel genoemd. En man, vrouw of kind met ezelsoren en een kruisdistel in de hand. Een man met ezelsoren en een zak met geld, een bijenkorf omverwerpende, naast hem ligt een zwijn.
Dood. Een doodshoofd waaronder gekruiste knokken. Een omgekeerde fakkel. Dode boomtakken. Een vrouw, jongeling of kind, in de hand een omgekeerde fakkel, een zandloper, een zeis of een slang met de staart in de bek, als zinnebeelden van de eeuwigheid. Dikwijls wordt daaraan toegevoegd een vlinder, als zinnebeeld van hoop op de toekomst. Een omkranste lijkurn. Een gevleugeld jongeling met wenend gelaat (Mors of Thanatos, d.i. Dood genaamd), omgeven door enige van de bovengenoemde symbolen.
Doorluchtigheid. Een schone, geheel naakte maagd, slechts een los omgeslagen doorzichtig kleed aan; in de rechterhand houdt zij een zon, waardoor zij in het volle zonlicht wordt voorgesteld. Doorluchtigheid is ook een titel voor vorstelijke personen; het betekent dan roemvol, edel, voortreffelijk, zo onbevlekt dat men, als de persoon in het volle zonlicht staat, die onbevlektheid door alles kan heenzien.
Droefheid. Een weeklagende man, vrouw of kind, half gesluierd, met een omgekeerde fakkel in de hand.
Dronkenschap. Bacchus, als wijngod, een schoon, baardeloos, naakt jongeling met lange haarlokken, omkranst en doorvlochten met klimop en wijngaardranken. Veelal komt hij voor gezeten op een met luipaarden of tijgers bespannen wagen, omringd of vergezeld door Saters en Faunen (bosgoden die er als halve bokken uitzien), door Bacchantinnen (jonge vrouwen, bekranst met klimop en een Thyrsusstaf in de hand), en door Silenus, zijn opvoeder en leermeester (een dik man, met een kaal, met eikenloof omkranst hoofd, rijdende op een ezel en een drinkschaal in de hand). Bacchus heeft een revel om het midden en een Thyrsusstaf, d.i. een staf omwonden met druiventrossen en wijngaardranken in de hand, of in zijn nabijheid.
Kennis. Een met bloemen omkranste, goudkleurig geklede maagd; in de rechterhand draagt zij de hemelbol, in de linker heeft zij een slang. Koophandel. Mercurius, de bode van de goden, de handelsgod. In het algemeen is Mercurius het zinnebeeld van vrede, omzichtigheid en welsprekendheid, maar ook van list en behendigheid, van bedrog en dieverij. Hij wordt afgebeeld als een flink jongeling, met een kap met twee vlerken op het hoofd, en sperwerwieken of vleugels aan de enkels. In de rechterhand heeft hij een staf met twee slangen omwonden, in de linkerhand een geldbeurs. Naast hem ziet men een haan en een scheepsroer; soms ook balen koopwaren. In het verschiet is veelal een schip op zee te zien.
De Herfst. Een kloeke maagd, op het hoofd een krans van wijngaardbladeren. Op haar lijfgordel ziet men de Schorpioen. Zij heeft een druiventros in de hand. Een jongeling, als Bacchus gekleed, met wijngaardranken om het hoofd en een druiventros in de hand. Een stevige, flinke maagd in een tot boven de knie reikende tunica, die op het midden door een band of gordel van haar pijlkoker wordt saamgehouden. Zij heeft sandalen aan de voeten, een boog in de linker, en een gedode vogel in de rechterhand. Zij staat aan de ingang van een bosje. Bij de vier beelden van de jaargetijden moet wel gezorgd worden de bijzondere tekens van de dierenriem, die bij ieder behoren en die in elke almanak te vinden zijn, nauwkeurig aan te brengen.

Enzovoort, enzovoort...