vernissen




VERNISSEN 1881

Dit is een praktisch, maar vrij specialistisch receptenboekje. De oorspronkelijke uitgave uit 1881 kostte ƒ 0,90 en droeg de volgende subtitel:


"Handleiding tot het bereiden van alle soorten van ongekleurde en gekleurde VERNISSEN, volgens de nieuwste en nog weinig bekende voorschriften bewerkt ten dienste van kabinetwerkers, schilders, en allen die in hun beroep van vernissen gebruik maken."



bestelinformatie over vernissen 1881


Behandeld worden o.a. de gekleurde en ongekleurde wijngeest- en terpentijnolie-vernissen en de olielakvernissen: De ingrediënten, de harsen en allerlei toevoegingen, komen uitgebreid aan de orde, evenals de bereiding en aanwijzingen voor het gebruik bij bijzondere toepassingen. Voor de lezer wordt duidelijk hoe helderheid, hardheid, glans, dikte, droogtijd en andere eigenschappen van vernissen worden bepaald door de gebruikte ingrediënten en de gekozen bereidingswijze.

Hieronder een paar fragmenten uit 'Vernissen 1881':

I. DE WIJNGEESTVERNISSEN
De wijngeestvernissen worden doorgaans gebruikt voor het bedekken of vernissen van zulke voorwerpen, die een heldere, doorschijnende, glasachtige bedekking vorderen, door welke de natuurlijke oppervlakte volkomen zichtbaar is en die, behalve de glans, welke zij aan de voorwerpen mededeelt, ook nog voor stof en andere vuiligheden beschermt. Deze vernissen behoren dus (tenzij zij voor een bijzonder gebruik moeten dienen) een heldere, zuiver water zo veel mogelijk nabij komende kleur te hebben, ten einde de laag hars, welke na de verdamping van de wijngeest overblijft, de natuurlijke kleur van de voorwerpen zo weinig mogelijk veranderen. Men neemt dus voor deze vernissen zo veel mogelijk ongekleurde hars. De meest gebruikelijke harssoorten, en die op zichzelf in alcohol kunnen opgelost worden, zijn: gomlak (in dezelfde vorm als schellak [lacca in tabulis]), sandarak, animehars, mastik en elemihars. Deze harssoorten verschillen ten opzichte van hardheid alsmede van meerdere of mindere eigenschap van bij een zachte warmte week te worden, volgende hierin op elkander in de bovenstaande orde. Naarmate dus de laag vernis weker en buigzamer worden moet, gebruikt men bij voorkeur de ene of andere van deze harsen, doorgaans verschillende soorten voor de oplossing, onder elkander. Al deze soorten zijn echter bij een lage temparatuur meer of minder broos, waardoor de laag vernis na de opdroging een menigte kleine barsten vertoont, en door elke stoot, die de getroffen plaatsen in een witte stof verandert, bedorven wordt, wanneer deze op zichzelf in alcohol opgelost zijn. Men is dus genoodzaakt, bij deze oplossing, naarmate van het gebruik, wat men er van denkt te maken, een weinig meer of min zuivere, witte terpentijn te voegen, die de eigenschap heeft door een klein gedeelte terpentijnolie, die hij altijd bevat, gezegde broosheid van de hars te verminderen, hoewel deze eigenschap na enige tijd met de gehele vervluchtiging van gezegde olie verdwijnt. De elemihars, die ook een vlugge olie bevat, komt enigszins de werking van de terpentijn nabij. Dikwijls voegt men er ook kamfer bij, die op soortgelijke wijze als de terpentijn werkt. Van duurzamer uitwerking is de bijvoeging van een geringe hoeveelheid verdikte lijnolie, die vooraf in alcohol opgelost is. Men verkrijgt deze verdikte olie, wanneer men lijnolie gedurende lange tijd in een half gevulde fles laat staan. In plaats van dat kan men, tegelijk met de terpentijn of zonder dit, ongeveer 2% van het gewicht van de alcohol zuivere lijnolie of olijfolie bij de vernis voegen en door schudden daarin oplossen...

De gekleurde terpentijnvernissen worden eveneens bereid als de wijngeestvernissen. Een goudvernis wordt bereid uit 4 ons korrellak, 4 ons sandarak, ½ ons drakenbloed, 36 greinen kurkuma en evenzoveel guttegom, 2 ons venet. terpentijn en 32 ons terpentijnolie. Wil men een groene vernis hebben, dan lost men mastikof sandarak in sterke potasloog op, en verdunt de oplossing met water; hierna vermengt men dat met een oplossing van azijnzuur koperoxyde (gekristalliseerde groenspaan) en lost dit afgescheiden en gedroogde bezinksel (dat uit hars en koperoxyde bestaat) in terpentijnvernis op. Deze vernis is geschikt tot het bronzen van witte metalen oppervlakten. Om aan de terpentijnolievernissen nog meer vastheid en duurzaamheid te geven, voegt men er, in sommige gevallen, een beetje heldere lijnolievernis bij, die men daarin oplost, namelijk 1 lood en 16 lood terpentijnolie; hierdoor naderen deze vernissen reeds tot de vette vernissen. (1lood= ±30 gr.)

Uit de index van Vernissen 1881:
alkanna, ammonia, animehars, asfalt, barnsteen, beenzwart, bronzen, chloor, coccus, cochenille, dennenhars, drakenbloed, elemihars, ether, galipot, gomlak, goudvernis, guttegom, kalk, kamfer, kolophonium, kopal, kurkuma, lakvernis, lijnolie, loodglit, magnesium, mastik, olievergulding, olijfolie, orlean, papaver, potasloog, sandarak, sandelhout, schellak, terpentijnolie, wierook, wijngeest, wijnsteenzout, zinkvitriool