schildersvak




Practisch Overzicht van het Schildersvak

Dit is een herdruk van het belangrijke en informatieve deel met dezelfde titel uit het bekende boek 'De Hout- en Marmer-nabootsing' uit 1883 van P. van der Burg. Dit deel gaat niet over de hout- en marmernabootsing op zich, maar gaat wel in op de ondergrondbehandeling daarvoor.
Daarnaast komt een groot aantal algemene onderwerpen, inclusief hulpmiddelen en bereidingswijzen, uitgebreid aan de orde in de hierna genoemde hoofdstukken. Zie voor een deel van de inhoud bijvoorbeeld rijtuigschilderen of fresco hieronder..., destijds belangrijke onderdelen van het schildersvak.

bestelinformatie Praktisch Overzicht van het Schildersvak


Van de meest gebruikte schildertechnieken vanaf de oudheid tot aan 1880 wordt in dit Practisch Overzicht Schildersvak de ontwikkelingsgeschiedenis verteld op een manier die uitnodigt èn het mogelijk maakt om er zelf mee aan de slag te gaan! Zie de onderstaande hoofdstuktitels:

- Algemeen overzicht: o.a. plamuren en bladderen en barsten voorkomen
- Gronden en vernissen der verschillende hout- en marmersoorten
- Schilderen en schoonmaken van muren, plafonds en decoratiewerken
- Stucmarmerschilderen
- Fresco schilderen: praktijk, verfbereiding, StuccoLustro
- het rijtuigschilderen, polijsten van vernissen
- het bronsschilderen en bruineervergulding
- vernissen en goudkleuren van koperen ornamenten
- vernissen van landkaarten, behangsels, enz.
- het vergulden of verzilveren
- vergulden of verzilveren op glas, 't zgn. emailleergoud
- het schilderen op matglas
- het letterschilderen
- het vullen van de nerf van eiken-, mahonie- of andere soorten van hout
- het gebruik van pastel- of crayonstiften
- goud- of kopervernis
- Encaustiek- of wasschilderen: onder- en bovengrond, verven, fixeren

Een paar fragmenten uit 'Practisch overzicht van het Schildersvak 1883' treft u hieronder aan.

Fresco bestaat uit kalken, die door kiezelzure verbindingen en door polijsten worden vastgemaakt, en waarop de kleur door schilderen wordt aangebracht. Bij het StuccoLustro wordt de kleur er bij gedeelten doorgekneed en doorgewerkt. In Fresco wordt de dunne verflaag op de kalk gestreken, terwijl StuccoLustro muzief, d.i. als mozaïek, met de kleur is dooreen gekneed. Daarenboven heeft het gips, met zuren in aanraking gebracht, eigenaardige eigenschappen. Een gipsafgietsel, dat goed droog is, in sterk aluinwater (zwavelzure aluin) gedompeld, of daarvan doortrokken, verkrijgt een diepere tint en ten laatste een vastheid gelijk aan marmer. StuccoLustro wordt alleen gebruikt ofwel om effen kleuren, of om kunstmatig marmer te maken, hetzij tot wandbekleding of tot het vervaardigen van nijverheidsartikelen, zoals tegels, vazen, enz. enz. De Italianen worden op dat gebied als de eerste kunstenaars geroemd; toch heeft een onzer landgenoten, de Heer Parradies te Rotterdam, ons verschillende proeven laten zien, die voor de buitenlandse niet onderdoen en de beste kenners zouden bedriegen. Voor marmer aan wanden, kolommen, enz. is dit kunstmarmer, vooral als het nabootsing van edele of kostbare marmers geldt, veel voordeliger dan echte soorten; voor gewone, minder kostbare marmersoorten geeft het geen groot voordeel. De bewerking is deze: op een ruwe, vastgestoten grond, die reeds zo goed als droog is, wordt, voor een effen kleur, een laag gekleurde en met verdund lijmwater gemengde gipsbrij aangebracht, die zo dicht mogelijk vastgedrukt en gepoleerd, dan met dezelfde compositie en voldoende hoeveelheid lijmwater volgeschuurd en opgewreven wordt, om ze daarna met tripel en olie op water te polijsten en op te poetsen. Voor bonte of gekleurde marmers worden de kleuren bij gedeelten zo natuurlijk mogelijk gemengd; men laat die deels enigszins opstijven deels ook worden ze onmiddellijk in elkander gewerkt, naar de aard van het marmer, om daarna te worden gepoleerd, geschuurd en geglansd.

Rijtuigschilderen
Dit was toen een belangrijk onderdeel van het schildersvak. Het rijtuig wordt gegrond met schrale grondverf, daarna worden de spijkergaten enz. gestopt; nu wordt er een bruine oker (strijkplamuur) opgebracht, tot een dikke brij gemengd met 1/3 gekookte en 2/3 ongekookte lijnolie, die vervolgens met terpentijn, met bijvoeging van een weinig olie-extract voor het spoedige drogen, op voldoende dunte afgemengd wordt. Een weinig water bij deze oker te doen, alvorens daaraan de olie toe te voegen, draagt veel bij tot spoediger verharding van het plamuur. Telkens wordt na verloop van twee dagen een flinke laag van dit strijkplamuur daarover gestreken, wat zes keren kan herhaald worden; het is een hoofdvereiste dat iedere laag goed droog of hard is, alvorens de volgende laag wordt aangebracht. Als die lagen aangebracht en voldoende droog zijn, wordt een dunne kleur, hetzij bruin, of zwart, of rood, onverschillig welke, over deze lagen gestreken, waarna men met schuursteen met water zodanig schuurt, tot de rode, bruine of welke kleur ook, die men over de okerlagen had gestreken, geheel is weggeschuurd; daardoor is men zeker, dat alle oneffenheden goed gevuld zijn. Komt hier en daar het nieuwe hout weer boven, dan moet men opnieuw beginnen voldoende okerlagen daarover te leggen, want het doorschuren is een bewijs dat de oneffenheden te diep waren, en dus door het plamuur niet voldoende konden worden aangevuld. Wil men die methode van schuren bespoedigen, dan schuurt men eerst de okerhuid met terpentijn en een weinig olie door, waardoor men vele oneffenheden kan vullen of volschuren. Als het werk goed droog is, schuurt men het verder met de schuursteen en later af. Als het rijtuig zo is gladgeschuurd en van alle oneffen- en onzuiverheden is ontdaan, wordt het in de gewenste kleur geverfd; die verven moeten immer schraal en zodanig zijn, dat zij na het aanstrijken dof worden. De verven, die de rijtuigschilder gebruikt, drogen over het algemeen zeer slecht, zoals rijtuigzwart, bruin, donkergroen, dodekop en, kraplakken enz. Zij zijn door siccatieven moeilijk tot drogen te brengen, evenmin als bij de huisschilder de Italiaanse lakken daarnaar luisteren; een weinig saccharum of gebrand zinkvitriool is daarvoor doelmatiger. Als die grondkleuren voldoende gedekt en droog zijn, wordt de bak van het rijtuig in het grondlak gezet, het zwarte gedeelte somtijds met zwart Japan of zwart rijtuiglak. Het onderstel, waaraan bij het gladmaken minder zorg kon worden besteed, wordt met een verflak gelakt. Verflak wordt gemengd uit dik in olie gewreven verven, waarbij grond of schuurlak wordt gevoegd, waardoor men een vrij goed dekkend verflak verkrijgt. Dit grondlak, in vierentwintig uren droog, moet 2 a 3 dagen staan, waarna het met goed gewreven puimsteen wordt afgepolijst; hierover wordt weer een degelijk grondvernis gelegd en opnieuw afgepolijst; vervolgens wordt het rijtuig afgezet met strepen enz., waarna 't het laatste grondvernis krijgt, dat met rottingsteen bijna spiegelfijn moet worden afgepolijst; dan wordt het afgelakt. Voor een rijtuig worden onderscheidene vernissen gebruikt, zoals daar zijn: zacht en hard bakkenlak, stellenlak, enz…. Meer informatie treft u aan in dit boekje over het schildersvak.